Geen concurrentie- relatiebeding bij detachering

Geen concurrentie- relatiebeding bij detachering

Een overeengekomen concurrentiebeding en/of relatiebeding met een gedetacheerde werknemer of uitzendkracht is niet zomaar toegestaan, aldus de Rechtbank Rotterdam[1].

De rechter heeft bepaald dat een concurrentiebeding nietig is op grond van artikel 9a lid 2 Waadi nu in lid 1 van dat artikel is bepaald dat degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt geen belemmeringen in de weg mag leggen voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst na afloop van de terbeschikkingstelling tussen de ter beschikking gestelde arbeidskracht en degene aan wie hij ter beschikking is gesteld.

Kortgezegd houdt dit in dat een gedetacheerde werknemer of uitzendkracht met een overeengekomen concurrentiebeding en/of relatiebeding ná beëindiging van het dienstverband bij een bedrijf niet belemmerd mag worden om in dienst te treden of een arbeidsverhouding aan te gaan bij een van de opdrachtgevers van dat bedrijf.

Tevens heeft de kantonrechter bepaald dat het overeengekomen relatiebeding vernietigbaar is nu de gedetacheerde werknemer of uitzendkracht onbillijk wordt benadeeld. Immers, van een werknemer kan niet worden gevergd dat hij na het einde van de arbeidsovereenkomst ‘bevordert’ dat alle zakelijke relaties van de werkgever onverminderd blijven bestaan.

De rechter heeft tevens bepaald dat het voorgaande niet anders is indien sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dan wel indien het concurrentiebeding en/of relatiebeding is opgenomen in een beëindigingsovereenkomst.

Kortom: na beëindiging van de arbeidsovereenkomst mag de ex-werknemer niet belemmerd worden om in dienst te treden of een arbeidsverhouding aan te gaan. Let op! Daaronder valt ook het verrichten van werkzaamheden als ZZP’er bij opdrachtgevers van de ex-werkgever.

[1]ECLI:NL:RBROT:2017:9295