Wanneer komt een beëindigingsovereenkomst tot stand?

Blank credit application form with envelope and pen close up

De bedenktermijn is met de komst van de Wet Werk en Zekerheid onderdeel geworden van het arbeidsrecht, maar zorgt sindsdien ook regelmatig voor discussie tussen werkgever en werknemer bij het beëindigen van het dienstverband.

De bedenktermijn biedt de werknemer het recht om bij het sluiten van een beëindigingsovereenkomst hier alsnog op terug te komen binnen een termijn van 14 dagen. Maar wanneer begint deze termijn te lopen? Deze vraag heeft binnen een half jaar tot twee verschillende uitspraken geleid.

Rechtbank Rotterdam

De kantonrechter in Rotterdam heeft op 10 februari 2016 geoordeeld dat een beëindigingsovereenkomst tot stand komt wanneer er aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan.[1] De wetsgeschiedenis zegt dat het van groot belang is dat een werknemer schriftelijk instemt met een opzegging en hierbij een bedenktermijn van 14 dagen krijgt om terug te komen op de overeenkomst. Het vereiste van schriftelijkheid is van belang, omdat de werknemer en de werkgever zijn gebaat bij een duidelijk aantoonbaar en concreet moment waarop de bedenktermijn aanvangt, zodat hierover geen geschillen kunnen ontstaan. De bedenktermijn zou dan aanvangen op het moment dat er voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste. Volgens deze kantonrechter was dit vanaf ondertekening van de overeenkomst. De bevestiging per e-mail, die veel eerder was dan de ondertekening van de beëindigingsovereenkomst, waarin werd aangegeven dat de werknemer akkoord was, telde niet als schriftelijkheidsvereiste volgens de kantonrechter.

Rechtbank Den Haag

De kantonrechter in Den Haag heeft ook geoordeeld dat een beëindigingsovereenkomst tot stand komt wanneer er aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan.[2] Maar geeft er een andere invulling aan. In onderhavig geval werd per e-mail d.d. 29 januari 2016, na een moeizame onderhandeling, het concept van de beëindigingsovereenkomst goedgekeurd door de gemachtigde van de werknemer. Vervolgens beriep de werknemer zich op 16 februari 2016 op haar herroepingsrecht en gaf aan haar werkzaamheden weer te willen hervatten. De werkgever stelde zich op het standpunt dat met de akkoordverklaring per e-mail overeenstemming was bereikt over de beëindiging en derhalve de bedenktermijn was verstreken. De kantonrechter van Den Haag oordeelde dat de bedenktermijn niet pas ging lopen na ondertekening van de overeenkomst, nu de afspraken voor de werknemer duidelijk en kenbaar waren. Over de essentialia van de overeenkomst was namelijk overeenstemming.

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. In casu als de essentialia vaststaan en derhalve hierover geen discussie meer is tussen partijen. Het ondertekenen hiervan zou slechts als formaliteit moeten worden gezien. Dit is ook de lijn die de kantonrechter in Den Haag heeft gevolgd. Het is dan ook nog maar de vraag of de uitspraak van de kantonrechter in Rotterdam veel volgers zal hebben.

Kortom, houd altijd in de gaten wanneer de essentiële onderdelen van de beëindigingsovereenkomst tot stand zijn gekomen.

Heeft u vragen over dit artikel, neem dan contact op met Hakima Mahyou

[1] Rechtbank Rotterdam, 10 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:996.

[2] Rechtbank Den Haag, 1 juni 2016.